Ga naar de inhoud

Thema Op reis: de leukste prentenboeken en lesideeën voor kleuters

Chat met AI over deze pagina:

Reizen spreekt tot de verbeelding van kinderen. Of het nu gaat om de trein die elke dag voorbijrijdt, een boot die over het water glijdt of een vliegtuig dat hoog in de lucht zoemt, voertuigen roepen nieuwsgierigheid en verwondering op. Voor kleuters is het thema Op reis daarom een rijke ingang om te spelen, te leren en samen verhalen te beleven.

Prentenboeken maken zo’n reis nog magischer. Met herkenbare beelden en avontuurlijke verhalen nemen ze kinderen mee op pad. Ze vergroten de woordenschat, nodigen uit tot gesprekjes en bieden aanknopingspunten voor rollenspel in de klas. Van een treinreis door het bos tot een boottocht naar zee – ieder boek opent een nieuwe wereld.

In onze kleuterklas hebben we daarom een reisbureau ingericht. Kinderen kunnen er hun eigen reis boeken, een ticket kiezen en bedenken waar hun voertuig hen naartoe brengt. Zo komen taal, spel en fantasie samen in één thema.

En omdat we anderen graag willen inspireren, deel ik in dit blog ook een gratis download van de posters die we hiervoor hebben gemaakt. Zo kun jij ook een reisbureauhoek inrichten in je klas of thuis.

Prentenboeken over Vervoer en Reizen

1. Een vliegtuig – kijk binnen in de cockpit en motor

Ga mee op reis rond de wereld en ontdek hoe een vliegtuig werkt – met flapjes, kijkgaatjes en prachtige illustraties die kinderen laten zien wat er allemaal in de lucht gebeurt.

2. Boer Boris gaat naar oma

Boer Boris, Sam en Berend hebben manden vol fruit geplukt en nemen de trein naar oma in Den Haag. Daar ontdekken ze dat oma niet zomaar een lief oud vrouwtje is en dat je met appels, peren en pruimen de heerlijkste dingen kunt maken! Een vrolijk verhaal vol rijm, ritme en herkenbare avonturen voor jonge kinderen.

3. Ga je mee? Met het vliegtuig

Stap aan boord en vlieg mee door de wolken! Een vrolijk, interactief kartonboekje waarin kinderen het vliegtuig laten opstijgen, figuren bewegen en de wereld van de luchthaven ontdekken.

4. Een tijger in de trein

Een jongetje reist met zijn vader naar zee, maar onderweg stappen er wel heel bijzondere passagiers in: een tijger, krokodillen, nijlpaarden en zelfs hondjes met kleren aan! Een vrolijk prentenboek vol fantasie, humor en kleurrijke illustraties, met een knipoog naar schermtijd voor papa’s.

5. Egel op reis

Egel gaat op avontuur en ontdekt dat reizen niet alleen draait om nieuwe plekken, maar ook om vriendschap, verwondering en zorgen voor de aarde. Een warm en filosofisch prentenboek vol herkenbare vragen en dierenvrienden.

6. Willewete – Naar de camping

Wat neem je mee als je gaat kamperen? En hoe ziet een campingdag eruit? In dit informatieve Willewete-boek ontdekken kinderen alles over vakantie op de camping – met flapjes, quiz en een grote uitklappagina!

7. Boer Boris en het bootje

Boer Boris, Berend en Sam trekken met alle dieren naar de haven voor een dag vol boten, water en avontuur. Als één bootje niet wil varen, weet Sam precies hoe ze dat oplost, met zachte hand en een flinke dosis doorzettingsvermogen!

8. Het vrolijkste en grootste boek van alle voertuigen

Reis mee met Otto en Brutus en ontdek voertuigen van vroeger tot nu: van postkoets en stoomtrein tot skateboard en racewagen. Een kleurrijk kijk- en zoekboek vol grappige weetjes en verrassende details!

9. Opa Jan gaat op vakantie

Opa Jan en zijn dieren trekken eropuit voor hun allereerste vakantie! Samen beleven ze een zonnig avontuur vol grappige momenten, herkenbare situaties en een flinke dosis vrolijkheid.

Gebruik mooie reisgidsen in je reisbureau

Niets werkt zo inspirerend als echt materiaal in de klas. Toen we begonnen met ons reisbureau, hebben we eerst echte reisgidsen aangevraagd. Kinderen voelen meteen dat het om “echte” reizen gaat – niet zomaar om plaatjes, maar om plekken waar mensen echt naartoe gaan.

De reisgidsen van Djoser Family waren bij ons favoriet. Ze staan vol met mooie foto’s, duidelijke kaartjes en kleurrijke impressies van landen. Ideaal om nieuwsgierigheid te prikkelen: waar ligt dat land? Hoe reizen mensen daar? Wat eten ze daar eigenlijk?

Kinderen bladeren met grote ogen door de pagina’s en kiezen hun eigen droomreis. “Ik wil naar de olifanten!” of “Kijk, een trein door de bergen!”, zo ontstaan vanzelf gesprekken over de wereld, vervoer, natuur en cultuur.

Tip: veel reisorganisaties sturen gratis gidsen op als je uitlegt dat je ze voor een schoolproject gebruikt. Denk aan Djoser Family, SNP Reizen of TUI. Zet ze daarna in je reisbureauhoek, samen met wereldkaarten, koffers en tickets.

Mondelinge taal: vertel over je eigen reis

Mondelinge taal komt tot leven als kinderen iets persoonlijks mogen delen. Laat elk kind een foto van een eigen reis meenemen, dat kan een vakantie zijn, een dagje uit of gewoon een ritje met de bus. De foto vormt een herkenbaar en veilig startpunt voor een gesprek. Kinderen vertellen in zinnen en gebruiken woorden die passen bij het thema, zoals de trein, de boot, het vliegtuig, de koffer of de camping.

Voor kinderen met taal- of spraakproblemen, zoals een taalontwikkelingsstoornis (TOS), werkt dit extra ondersteunend. Vertellen vanuit een eigen ervaring verlaagt de druk: ze weten wat ze willen vertellen en hebben visuele steun bij hun verhaal. Dat maakt het gemakkelijker om woorden te vinden en zinnen te vormen.

Gebruik bij deze activiteit ook de gratis download “Plan je reis” (onderaan de blog te vinden). Dit hulpmiddel biedt structuur en visuele houvast door vragen als:

  • Waar ga je naartoe?
  • Wie gaat er mee? Wie nog meer?
  • Met welk voertuig reis je?
  • Wat neem je mee?

Laat de kinderen daarna een poster maken van hun eigen reis voor in het reisbureau. Ze tekenen wat ze onderweg zien en schrijven of stempelen er wooren bij. Herhaal tijdens het werk de woordenschat. Zo oefenen alle kinderen (en juist ook de taalzwakkere leerlingen) spelenderwijs met vertellen, woordenschat en zinsbouw.

Taalronde: een keer dat jij ergens naartoe ging

Bij het thema Op reis kun je ook heel goed een taalronde inzetten. Tijdens een taalronde vertellen kinderen vanuit hun eigen ervaring. Dat hoeft geen verre vakantie te zijn; een ritje naar school, een bezoek aan opa en oma, een dagje naar de winkel of een wandeling naar de speeltuin is al genoeg.

Vraag ouders vooraf om één foto te sturen van een moment waarop hun kind onderweg was of ergens naartoe ging. De foto geeft kinderen visuele steun bij het vertellen. Start de taalronde met een eigen ervaring, bijvoorbeeld over een keer dat jij met de trein, fiets, auto of bus ergens naartoe ging.

Gebruik daarna vragen als:
Waar ging je naartoe?
Met wie ging je?
Hoe ging je daarheen?
Wat nam je mee?
Wat zag je onderweg?
Wat gebeurde er toen je aankwam?

Laat kinderen daarna hun eigen reis tekenen. Schrijf er samen een zin bij, zoals: “Ik ging met de fiets naar school” of “Ik ging met mama met de trein.” Zo verbind je mondelinge taal, woordenschat, tekenen, beginnende geletterdheid en rollenspel in de reisbureauhoek.

Taalronde: hoe kom jij naar school?

Een taalronde is een werkvorm waarin leerlingen praten, tekenen en schrijven over een eigen ervaring. Het onderwerp staat dicht bij de belevingswereld van de kinderen, bijvoorbeeld: een keer dat je nat werd, een keer dat je buiten speelde of, bij het thema Op reis, een keer dat jij naar school kwam.

Het doel is dat kinderen taal gebruiken om iets echts over zichzelf te vertellen. Daardoor ontstaat er vanzelf behoefte aan woorden en zinnen: leerlingen willen hun verhaal duidelijk maken. De leerkracht helpt daarbij door woorden aan te bieden, zinnen correct te herhalen en door te vragen. Zo leren kinderen taal terwijl ze die gebruiken.

Een taalronde begint meestal met een korte eigen ervaring van de leerkracht. Daarna vertellen een paar leerlingen in de kring. Vervolgens maken alle kinderen kleine tekeningen van eigen ervaringen. Daarna praten ze in tweetallen over hun tekening en werken ze één ervaring verder uit in een grotere tekening en/of een tekst. De teksten kunnen tot slot worden voorgelezen en verzameld in bijvoorbeeld een boekje of portfolio.

Bij nieuwkomers is de taalronde extra waardevol, omdat kinderen op hun eigen niveau kunnen meedoen. Ze mogen tekenen, aanwijzen, gebaren gebruiken, losse Nederlandse woorden gebruiken of hun thuistaal inzetten. De tekening helpt hen om hun verhaal vast te houden. De leerkracht geeft Nederlandse taal aan wat het kind bedoelt. Volgens de handleiding is het belangrijk dat het onderwerp klein, concreet en herkenbaar is, zodat leerlingen makkelijk bij een echte eigen ervaring kunnen komen.

Bij deze taalronde gaat het dus niet om fantaseren of om algemene kennis over reizen, maar om een echt moment: een keer dat jij naar school kwam. Dat kan lopend zijn, met de fiets, met de bus, met de auto, alleen of samen met iemand. Zo sluiten we aan bij het thema Op reis, maar blijft het onderwerp dichtbij en herkenbaar voor alle leerlingen.

Mooi thema. “Hoe kom jij naar school?” past goed bij Op reis, maar voor een taalronde zou ik het iets concreter maken, zodat kinderen over één eigen ervaring vertellen:

Taalronde: Een keer dat jij naar school kwam.

Kernvraag voor de kinderen: Denk aan één keer dat jij naar school kwam. Hoe ging je? Wat gebeurde er onderweg?

Woordaanbod bij dit onderwerp

Vervoer en onderweg

  • de fiets
  • de auto
  • de bus
  • de tram
  • de metro
  • de trein
  • de step
  • de benen / lopend
  • de straat
  • de stoep
  • het zebrapad
  • het stoplicht
  • de halte
  • het station
  • de school
  • de weg

Wie en wat neem je mee?

  • de moeder
  • de vader
  • de broer
  • de zus
  • de vriend
  • de vriendin
  • de tas
  • de rugzak
  • de jas
  • de sleutel

Werkwoorden en zinnen

  • lopen
  • fietsen
  • rijden
  • wachten
  • oversteken
  • instappen
  • uitstappen
  • aankomen
  • te laat komen
  • Ik kom met de fiets.
  • Ik kom met de bus.
  • Ik loop naar school.
  • Ik kom samen met mijn moeder.
  • Ik was te laat.
  • Ik was nat.
  • Ik moest wachten.

Materiaal om te visualiseren

Leg of toon bijvoorbeeld: een speelgoedauto, een fietshelm, een buskaart, een OV-chipkaart, een rugzak, een jas, een plaat van een stoplicht, een zebrapad, een halte, een school.

1. Introductie door de leerkracht

Vertel kort een eigen ervaring, bijvoorbeeld: “Vanmorgen kwam ik naar school. Ik liep naar mijn fiets. Mijn tas zat op mijn rug. Bij het stoplicht moest ik wachten. Het licht was rood. Daarna werd het groen en ik fietste verder. Toen kwam ik bij school.”

Sluit af met:

“Wie kwam ook een keer met de fiets naar school?”
Of:
“Wie moest ook een keer wachten onderweg naar school?”

2. Snelle ronde

Laat leerlingen kort reageren met één woord of korte zin.

Vraag: “Hoe kwam jij vandaag naar school?”

Mogelijke antwoorden:

  • met de fiets
  • met de auto
  • met de bus
  • lopend
  • met mama
  • met papa
  • alleen
  • samen

Nog niet doorvragen; dit is alleen om iedereen te activeren.

3. Kriskras vertelronde

Kies enkele leerlingen die iets willen vertellen. Vraag door met taalstimulerende vragen uit de handleiding, vooral wie, wat, waar, wanneer en hoe.

Vragen:

  • Waar was je precies?
  • Wie was bij jou?
  • Hoe ging je naar school?
  • Wat zag je onderweg?
  • Wat hoorde je?
  • Wat gebeurde er?
  • Moest je wachten?
  • Was je vroeg of te laat?
  • Wat zei mama/papa/de chauffeur/de meester/de juf?
  • Hoe voelde je je?

Vermijd liever waarom-vragen, omdat die vaak minder helpen om een ervaring concreet te vertellen.

4. Tekenlijstje

Opdracht: “Teken twee of drie keren dat jij naar school kwam.”

Voorbeelden:

  • een keer met de fiets
  • een keer met de bus
  • een keer in de regen
  • een keer dat je te laat was
  • een keer dat je samen met iemand liep
  • een keer dat je moest wachten bij het stoplicht

Daarna kiest ieder kind één tekening om verder over te vertellen.

5. Tweetalgesprek

Zinsteunen op het bord:

  • Ik kom naar school met …
  • Ik was samen met …
  • Ik zag …
  • Ik hoorde …
  • Ik moest …
  • Toen …
  • Daarna …
  • Bij school …

Luistervragen voor de maatjes:

  • Hoe kwam jij?
  • Met wie was jij?
  • Wat gebeurde er?
  • Waar was je precies?

Leerlingen mogen hun eigen taal gebruiken als dat nodig is; de handleiding geeft aan dat moedertalen helpend kunnen zijn bij het delen van ervaringen en het zoeken naar Nederlandse woorden.

6. Grote tekening en schrijven

Opdracht: “Teken één keer dat jij naar school kwam. Schrijf erbij wat er gebeurde.”

Voor beginners:

  • Ik kom met de bus.
  • Ik loop naar school.
  • Ik ben met mama.
  • Ik wacht bij het stoplicht.

Voor gevorderden:

  • Ik kwam met de fiets naar school.
  • Ik moest wachten bij het rode stoplicht.
  • Mijn vader bracht mij met de auto.
  • Het regende en mijn jas werd nat.
  • Ik kwam te laat, want de bus kwam niet.

7. Voorlezen en delen

Laat enkele leerlingen hun tekst voorlezen, of lees als leerkracht de tekst in correct Nederlands voor. Hang de tekeningen op onder de titel:

Zo komen wij naar school

Extra mogelijke taalronde-vragen bij thema Op reis

  • Een keer dat jij onderweg was
  • Een keer dat jij moest wachten
  • Een keer dat jij te laat kwam
  • Een keer dat jij in de bus, de auto, de trein of de tram zat
  • Een keer dat jij iets zag onderweg

Mijn voorkeur voor deze les: “Een keer dat jij naar school kwam”, omdat alle kinderen daar ervaring mee hebben en het concreter is dan alleen “Hoe kom jij naar school?”

Tot slot

Met het thema Op reis kun je in de kleuterklas eindeloos spelen, ontdekken en leren. Of je nu vertrekt met de trein, de boot of het vliegtuig, elk voertuig brengt nieuwe verhalen, woorden en verwondering mee.

Door prentenboeken te combineren met creatieve knutsels, rollenspel en echte materialen zoals reisgidsen of koffers, komt de wereld letterlijk tot leven in de klas. En dat is precies waar het bij jonge kinderen om draait: leren door te doen, te voelen en te beleven.

Download hieronder de gratis posters voor in je reisbureauhoek, zet de koffers klaar en laat je leerlingen mee op avontuur gaan. Bon voyage!

Meest Gestelde Vragen (FAQ)

Waarom zijn voertuigen zo fascinerend voor kleuters?

Voertuigen roepen nieuwsgierigheid en verwondering op bij kleuters omdat ze beweging en avontuur symboliseren. Ze zien treinen, boten en vliegtuigen als toegangspoorten tot verhalen en nieuwe werelden, wat hun verbeelding stimuleert.

Hoe kunnen prentenboeken bijdragen aan het thema 'Op reis' in de kleuterklas?

Prentenboeken maken reizen magisch door herkenbare beelden en avontuurlijke verhalen te bieden. Ze vergroten de woordenschat, nodigen uit tot gesprekken en bieden aanknopingspunten voor rollenspel, waardoor kinderen spelenderwijs leren.

Wat is het doel van een reisbureauhoek in de kleuterklas?

Het doel van een reisbureauhoek in de kleuterklas is om kinderen te stimuleren om hun eigen reis te boeken, een ticket te kiezen en hun fantasie te gebruiken om te bedenken waar hun voertuig hen naartoe brengt. Dit combineert taal, spel en fantasie in één thema.

Hoe kunnen reisgidsen de nieuwsgierigheid van kinderen prikkelen?

Reisgidsen prikkelen de nieuwsgierigheid van kinderen door echte foto's, kaartjes en impressies van landen te tonen. Dit maakt reizen tastbaar en echt voor kinderen, waardoor gesprekken over de wereld, vervoer, natuur en cultuur ontstaan.

Welke prentenboeken worden aanbevolen voor het thema 'Vervoer en Reizen'?

Aanbevolen prentenboeken zijn onder andere 'Een vliegtuig – kijk binnen in de cockpit en motor', 'Boer Boris gaat naar oma' en 'Ga je mee? Met het vliegtuig'. Deze boeken bieden interactieve en avontuurlijke verhalen die aansluiten bij het thema reizen.

Thema Op reis: de leukste prentenboeken en lesideeën voor kleuters